Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang bij heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Laarbeek 2026

1.. De belasting bedoeld in artikel 4, eerste tot en met de vierde lid van deze verordening is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is belasting bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel twaalfde gedeelten van de voor de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.. De belasting bedoeld in artikel 4, lid 5 van deze verordening is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel