Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Eigen kracht en gebruikelijke hulp

Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeente Drimmelen 2025

[Wmo] U komt, binnen de gestelde kaders, in aanmerking voor ondersteuning-op-maat als uzelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van: de inwonende echtgenoot inwonende ouders inwonende kinderen of andere huisgenoten Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. Wij maken bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan zes maanden nodig is. Wij verwachten van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp. Wij verwachten van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de onderdelen 6, 7 en 8 van dit artikel. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de cliënt: De aard van de relatie met de huisgenoot De mate van hulp die cliënt nodig heeft De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit De mate van planbaarheid van de hulp De behoeften en mogelijkheden van de cliënt Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden wij in ieder geval rekening met de volgende factoren betreffende de huisgenoot: De leeftijd van de huisgenoot De woonsituatie De beschikbaarheid om de hulp te bieden De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot Of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden) Welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende: Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt. Als de (over)belasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Bij een aanvraag voor ondersteuning-op-maat bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht. We kunnen voor het genoemde in dit artikel uitvoeringsregels opstellen.

Rechtspraak bij dit artikel