(artikel 20 verordening)
Ouders en of verzorgers zijn te allen tijde verantwoordelijk voor het schoolbezoek en de begeleiding van hun kind(eren). Wanneer het begeleiden van een leerling door de ouders of anderen onmogelijk is, dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden, kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer.
Om te kunnen beoordelen of begeleiden onmogelijk is, of dat een gezin ernstig benadeeld wordt wanneer ouder(s) zelf voor de begeleiding moeten zorgen, zijn de onderstaande factoren opgesteld, op grond waarvan het college kan bepalen of er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin:
een éénoudergezin met meerdere kinderen, waaronder tenminste een schoolgaand kind van negen jaar of jonger, die afzonderlijke scholen bezoeken en waarbij meerdere kinderen begeleiding nodig hebben bij het reizen van en naar die verschillende scholen.
het aantal (zorg)kinderen binnen het gezin, en/of
de aanwezigheid en beschikbaarheid van het sociaal netwerk en de betrouwbaarheid van dit netwerk, en/of
overige plichten van ouders in de vorm van het volgen van een inburgeringscursus of taalcursus, en/of
handicap van de ouder waardoor het reizen met het OV of fiets niet mogelijk is.
Slechts indien meerdere van de in het vorige lid genoemde factoren een beperking opleveren om op eigen kracht te kunnen voorzien in de begeleiding van het schoolvervoer van de leerling, zal aangenomen worden dat sprake is van een ernstige benadeling van het gezin.
Werkverplichtingen zijn geen reden voor het toekennen van aangepast vervoer tenzij de ouder kan aantonen dat er sprake is van één van de situaties genoemd onder lid 2 van dit artikel en de aard van het werk aanpassing van de werktijden onmogelijk maken.
Ouders zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van hun kind naar en van de opstapplaats. Alleen in de volgende situaties is dat niet van toepassing:
Ouders zijn door een beperking niet in staat om naar de opstapplaats te lopen of fietsen.
Er zijn meer kinderen in het gezin die extra ondersteuning nodig hebben vanwege een structurele handicap op hetzelfde moment. Dit is niet van toepassing op kinderen die vanwege de jonge leeftijd extra ondersteuning nodig hebben.
Ouders dienen de in de leden 2, 3 en 4 genoemde factoren aan te tonen door verklaringen van deskundigen, werkgever, inburgering en dergelijk.
Hoofdstuk 3
Artikel 13.
Verantwoordelijkheid ouders/ Ernstige benadeling van het gezin
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Gemeente Bladel 2026