aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een netwerk wordt geboden;
belanghebbenden:de bewoners en (bedrijfsmatige of andere) gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of leidingen;
boring (gestuurd): het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen. Meestal wordt in de ontstane holle ruimte een (flexibele) mantelbuis aangebracht waar de kabel of leiding doorheen wordt gevoerd;
bovengrondse voorzieningen: transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk en bovengronds worden geplaatst;
breekverbod: tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden;
calamiteit: een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld of waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken;
distributie- en mutatiepunten: afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatieapparatuur (handholes), afsluiters, brandkranen, lassen enzovoort onder het maaiveld of met toegangsluik op maaiveldniveau;
gemeente: burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe;
gesloten verharding: verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal;
graaflocatie: de locatie waar werkzaamheden worden verricht;
groenvoorzieningen: het geheel van de aanplant (bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras en gazon) in een gebied;
grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden feitelijk worden verricht;
instemmingsbesluit: besluit van de gemeente op een aanvraag tot instemming als bedoeld in artikel 5.4 lid 1 sub a van de Telecommunicatiewet van de voorgenomen werkzaamheden voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;
kabel- en leidingtracé: een strook grond waarin kabels of leidingen liggen of worden gelegd;
kabels of leidingen: een of meer kabels of leidingen daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- of mutatiepunten, alsmede lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen;
kadaster- sectie KLIC: afdeling van het Kadaster die mede uitvoering geeft aan de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- of leidinggegevens (KLIC-meldingen);
ligging: de werkelijke plaats van een kabel of leiding. Deze wordt aangegeven op een revisietekening;
mantelbuis: beschermbuis (onder andere staal of kunststof) om een kabel of leiding;
marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
montagegat c.q. lasgat: een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van aansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden;
netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon optreedt als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk;
netwerk: samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
niet-openbaar netwerk: een netwerk dat (i) geen openbaar elektronisch communicatienetwerk is, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, of (ii) geen openbaar netwerk is van een netbeheerder die krachtens een wet aangewezen is om een openbaar netwerk aan te leggen en te onderhouden;
openbare ruimte: openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
open verharding: verharding bestaande uit elementen, waaronder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd;
opslag: vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf;
opslagterrein: de tijdelijke stallingsplaats van haspels, vracht-, directie- of materiaalwagens, materialen enzovoort in de openbare ruimte;
persing: met behulp van een hydraulische vijzel een stalen mantelbuis door de grond drukken. Betreft een sleufloze techniek waarbij de omringende grondslag niet verwijderd wordt;
registratiesysteem: digitaal systeem dat de gemeente hanteert om meldingen, instemmingen en vergunningen van werkzaamheden en alles wat daarmee samenhangt te verwerken;
revisietekening: een gewaarmerkte tekening die van kabels of leidingen die aangelegd zijn, de werkelijke ligging ten tijde van de aanleg aangeeft in X-, Y- en waar van toepassing Z- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-) stelsel alsmede hoeveel kabels of leidingen aanwezig zijn in een sleuf(deel);
sleuf: de opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding of grond ten behoeve van werkzaamheden;
sleufloze technieken: het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen;
specialist: de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het afstemmen van alle werkzaamheden namens de gemeente;
spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden voor de instandhouding van kabels of leidingen van een netwerk waarvoor uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening is opgetreden;
toezichthouder: de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het houden van toezicht tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden;
vergunning: besluit van de gemeente op een aanvraag voor toestemming van de voorgenomen werkzaamheden die niet ten behoeve zijn van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
werkzaamheden: handmatige of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in de openbare ruimte in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen;
werkzaamheden van niet-ingrijpende aard:
a. werkzaamheden met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter, waarbij geen:
wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist;
bovengrondse voorzieningen worden geplaatst;
distributie- en mutatiepunten met een afmeting groter dan 30x30x30 cm (lxbxh) worden geplaatst.
b het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen;
c het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen of distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen;
d het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m².
Hoofdstuk › Paragraaf 2.
Artikel 2.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Midden-Drenthe