Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5.

Artikel 5.3

Risicodekking en Verzekeringen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Midden-Drenthe

1. De grondroerder moet, door bijvoorbeeld het afsluiten van een (Construction All Risk of CAR) verzekering, de onderstaande risico’s voldoende afdekken: beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen; het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor overlijden of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk. 2. De dekking (van de verzekering) loopt minstens vanaf de dag dat (de voorbereiding op) het werk start tot en met de dag van oplevering van de werkzaamheden. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en haar (onder)aannemers of ZZP’ers die bij de uitvoering van werkzaamheden betrokken zijn zorgen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van aannemersmaterieel bij de uitvoering van het werk. 4. Rij- of voertuigen die worden ingezet ten behoeve van de werkzaamheden en waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM) geldt, moeten overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel