**1..** De maatstaf voor de berekening van het uitgifteplafond wordt bepaald aan de hand van het aantal parkeerplaatsen en het verwachte gebruik hiervan, waarvan verwacht wordt dat deze gedurende het jaar waarin de parkeervergunningen zijn verleend, gehandhaafd blijven of zullen ontstaan.
**2..** Indien het aantal beschikbare parkeerplaatsen in een parkeerzone gedurende het kalenderjaar toe- of afneemt, kan het college het uitgifteplafond opnieuw vaststellen.
**3..** Het uitgifteplafond bedraagt voor Parkeervergunningen Bewoners:
voor parkeerzone C1: 330,
voor parkeerzone D1: 336,
voor parkeerzone D2: 403,
voor parkeerzone D2 zuidoost: 33,
voor parkeerzone M1: 295,
voor parkeerzone M2: 173,
voor parkeerzone M3: 106,
voor parkeerzone V1: 0,
voor parkeerzone W1: 560,
voor parkeerzone W2: 0,
voor parkeerzone W3: 250,
**4..** Het uitgifteplafond bedraagt voor Parkeervergunningen Zakelijk, met uitzondering van een Werkparkeervergunning als bedoeld in artikel 12:
voor parkeerzone C1: 221,
voor parkeerzone D1: 112,
voor parkeerzone D2: 101,
voor parkeerzone D2 zuidoost: 4,
voor parkeerzone M1: 148,
voor parkeerzone M2: 211,
voor parkeerzone M3: 197,
voor parkeerzone V1: 0,
voor parkeerzone W1: 15,
voor parkeerzone W2: 0,
voor parkeerzone W3: 6,
**5..** Het uitgifteplafond bedraagt voor Parkeervergunningen Vrachtwagenparkeerterreinen:
voor parkeerzone C1: 0,
voor parkeerzone D1: 0,
voor parkeerzone D2: 0,
voor parkeerzone D2 zuidoost: 0,
voor parkeerzone M1: 0,
voor parkeerzone M2: 0,
voor parkeerzone M3: 0,
voor parkeerzone V1: 10
voor parkeerzone W1: 0,
voor parkeerzone W2: 0,
voor parkeerzone W3: 0.
Artikel 2.
Uitgifteplafond parkeervergunningen
Onderdeel van Besluit uitgifte parkeervergunningen 2026