Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.3

Mantelzorg en/ of hulp van andere personen uit het sociaal netwerk

Onderdeel van Protocol zelfredzaamheid en participatie gemeente Beekdaelen 2019

Nadat is gebleken dat de cliënt onvoldoende eigen mogelijkheden heeft om in zijn ondersteuningsvraag te voorzien, moet onderzocht worden of met mantelzorg of andere hulp uit het sociale netwerk van cliënt ingezet kan worden om te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie. Dit overstijgt dus de gebruikelijke hulp. Tijdens het onderzoek zal, samen met de cliënt, in kaart moeten worden gebracht of hij een beroep kan doen op mantelzorg of andere hulp uit zijn sociale netwerk. Dit kan ook de inzet van bijvoorbeeld een vrijwilliger zijn. Indien niemand bereid of in staat is de mantelzorg te leveren, zal een maatwerkvoorziening moeten worden verstrekt. Mantelzorg kan immers niet opgelegd worden; het heeft geen verplichtend karakter. Er wordt bij het bepalen van de inzet van een maatwerkvoorziening, in samenspraak met de cliënt en eventueel aanwezige mantelzorger, wel rekening worden gehouden met de mantelzorg die de cliënt ontvangt. Hierbij wordt bekeken wat nodig is om (indien nodig) de mantelzorger af en toe te ontlasten en ervoor te zorgen dat de mantelzorginzet structureel mogelijk blijft. De consulent onderzoekt, in geval er mantelzorg aanwezig is, wat in redelijkheid met mantelzorg kan worden opgevangen. Indien uit het onderzoek blijkt dat de cliënt tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie kan komen door inzet van een vrijwilliger, komt hij niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel