Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 3.5.3

Hulp bij het huishouden

Onderdeel van Protocol zelfredzaamheid en participatie gemeente Beekdaelen 2019

Gebruikelijke hulp bij hulp bij het huishouden heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassen als jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. De volgende taken worden gerekend tot de gebruikelijke hulp: Niet-uitstelbare taken; zoals maaltijd verzorgen, gezonde kinderen opvangen/ verzorgen, afwassen, opruimen en de dagelijkse organisatie van het huishouden voeren; Uitstelbare taken; zoals boodschappen doen, wasverzorging, afstoffen, zwaar huishoudelijk werk. Hierbij wordt echter wel rekening gehouden met de ontwikkelingsfase van kinderen. Voor gezonde jonge huisgenoten geldt: Huisgenoten tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan het huishouden. Huisgenoten van 5 tot en met 12 jaar worden in staat geacht naar eigen mogelijkheden betrokken te worden bij lichte huishoudelijke werkzaamheden (bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand doen). Huisgenoten van 13 tot en met 17 jaar worden in staat geacht te kunnen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden (bv. opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, kleding in de wasmand doen) en hun eigen kamer op orde houden (rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen). Huisgenoten van 18 tot en met 22 jaar worden in staat geacht een eenpersoonshuishouden te voeren. Dit wil zeggen; schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en één kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Indien nodig kan ook de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren. Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen een volledig meerpersoonshuishouden voeren. Het niet gewend zijn om huishoudelijke taken uit te voeren of geen huishoudelijke taken willen en/of kunnen verrichten, leidt niet tot de toegang tot een de maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’. In dergelijke situaties kan eventueel wel een tijdelijke indicatie afgegeven worden voor het aanleren hiervan. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies aangeleerd/ aangestuurd. Ook studie of werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Immers, iedereen die werkt zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp), zonder hiervoor een beroep te kunnen doen op de Wmo. Zorgplicht voor kinderen Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Zij dienen te zorgen voor de opvoeding van hun kinderen, het zorgen voor hun geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, als ook zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Verzorging van de kinderen kan, zo nodig, onder de hulp bij het huishouden vallen. Van ouders wordt verwacht dat zij maximaal zoeken naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen (oppas, kinderopvang, etc.). De niet structurele opvang van kinderen kan alleen ingezet worden bij ontwrichting of calamiteiten tot een indicatie voor hulp bij het huishouden voor bepaalde tijd leiden. Bij ontwrichting dient gedacht te worden aan: Regulier onderzoek: inzet van gebruikelijke zorg en voorliggende voorzieningen, denk aan zorgverlof, mantelzorg, oppas/kinderopvang etc. SMI: inzet van het Sociaal Medisch Indicatie-traject. Aanvullende ondersteuning vanuit HBH: wanneer bovenstaande niet toereikend is, kan worden onderzocht of ondersteuning vanuit de HBH bij de verzorging mogelijk is. Zie hiervoor tabel kindzorg op pagina 59. De hoeveelheid zorg is afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Bij gezonde kinderen wordt onderstaande leidraad gehanteerd: Kinderen van 0 tot 5 jaar Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen; Zijn tot 4 jaar niet zindelijk; Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband; Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 jaar Kunnen niet zonder toezicht in nabijheid en/of op afstand van volwassenen, waarbij de nabijheid van de volwassenen afneemt naarmate het kind ouder wordt; Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun persoonlijke verzorging; Zijn overdag zindelijk en ‘s nachts merendeel ook; Hebben sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband; Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en haar hun activiteiten gaan; Hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week. Kinderen van 12 tot 18 jaar Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden, kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden, kunnen vanaf 18 zelfstandig wonen; Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging; Hebben sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband; Hebben bij hun vrijetijdsbesteding geen begeleiding nodig in het verkeer binnen de directe woonomgeving Hebben over het algemeen tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding.

Rechtspraak bij dit artikel