**1..** Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet een pgb.
**2..** Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
**3..** Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
personen die aangemerkt zijn als ZZP. Daarnaast moet de ZZP ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
**4..** Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door:
personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het derde lid
personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het derde lid , maar tot het sociaal netwerk van cliënt horen.
**5..** Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb:
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de melding heeft gemaakt;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt tussen het moment van de melding en voorafgaand aan het besluit op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij daarvoor van tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college of nog is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was op het moment van aanschaffen;
indien uit onderzoek duidelijk is geworden dat een zaak die zal worden ingekocht met het pgb niet langdurig adequaat is voor de cliënt;
voor de maatwerkvoorziening opvang en collectief vervoer
**6..** Het tarief voor een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede maatwerkvoorzieningen van derden te betrekken, en;
bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkwerkvoorziening in natura.
**7..** De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kinderverzorging door een familielid uit de eerste of tweede graad (informele hulp): het brutominimumloon vermeerderd met 8% vakantiegeld (bijlage 1a).
maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kindverzorging door een informele hulp, niet zijnde een familielid uit de eerste of tweede graad: het brutominimumloon vermeerderd met 8% vakantiegeld, de tegenwaarde van de verlofuren en werkgeverslasten (bijlage 1a).
maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd- en kinderverzorging door een formele hulp zoals genoemd onder artikel 10 derde lid onder b: het brutominimumloon vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a).
meedoen in de stad begeleiding basis en speciaal en persoonlijke verzorging door een niet daartoe opgeleid persoon of een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg- en verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met 8% vakantiegeld en de tegenwaarde van de verlofuren.
meedoen in de stad begeleiding basis en persoonlijke verzorging door een daartoe opgeleid persoon/zzp-er: brutoloon trede 10 functieschaal 40 GGZ, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a).
meedoen in de stad begeleiding speciaal door een daartoe opgeleid persoon/zzp-er: brutoloon trede 10 functieschaal 50 GGZ, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 60% sociale lasten (bijlage 1a).
maatwerkvoorziening schoon huis en maaltijd-/kinderverzorging, en meedoen in de stad begeleiding, persoonlijke verzorging, dagbesteding, (rolstoel)vervoer naar dagbesteding en logeren door een zorginstelling met AGB-code (geen zzp-er) zoals genoemd in artikel 10 derde lid onder a: het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door de door het college gecontracteerde aanbieders (bijlage 1a).
een overige woonvoorziening/woningaanpassing: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten, indien van toepassing.
een overige vervoersvoorziening/vervoersaanpassing: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten, indien van toepassing.
rolstoelvoorziening: het bedrag van een door het college geaccepteerde offerte voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief een eventueel door het college te ontvangen korting en inclusief een bedrag voor instandhoudingskosten.
**8..** Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociaal netwerk, tenzij deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt hem te zwaar valt (overbelasting).
**9..** Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.
Artikel 10.
Persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2026