Naar hoofdinhoud
Na ontstaan van een vordering wordt van de mogelijkheid gebruik gemaakt om onmiddellijke verrekening met de uitkering op te starten op grond van artikel 60, derde lid van de wet, artikel 60a, eerste, tweede en derde lid van de wet, artikel 28, tweede lid, van de IOAW en artikel 28, tweede lid, van de IOAZ, of bij het ontbreken van deze mogelijkheid: verrekening op grond van artikel 6:127 BW; een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel