**1..** Voor overtreding van de verboden van artikelen 8, 23a en 23d van de wet, alsmede handelen in strijd met artikel 11e van deze verordening, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen.
**2..** De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod als bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, van de wet, wordt verhoogd met 100 procent van het boetebedrag dat in de bijlage I bij deze verordening is bepaald, indien de overtreding is begaan bij een bedrijfsmatige exploitatie van woonruimte.
**3..** Bij toepassing van het gestelde in voorgaande leden hanteren burgemeester en wethouders hoogstens de boetes als vermeld in bijlage 1 van deze verordening.
**4..** Voor overtreding van artikel 8, tweede lid, van de wet wordt, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding van hetzelfde verbod, in geval van overtreding door een rechtspersoon een boete van ten hoogste € 90.000,- opgelegd en in geval van overtreding door een natuurlijk persoon een boete van ten hoogste € 45.000,-.