Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te plaatsen. De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf vragen de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan. 2.. Een vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Bij de aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen; de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal; de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn; de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s); het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop; een foto of afbeelding indien deze uitmaakt van het gedenkteken; het betreffende grafnummer. 3.. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels in dit uitvoeringsbesluit; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is; het ontwerp of tekst kwetsend en of aanstootgevend is; op enige wijze reclame is gemaakt voor handel of bedrijf. 4.. Het besluit op de aanvraag wordt door het college schriftelijk medegedeeld. 5.. De kosten voor het verlenen van een vergunning worden voldaan door of in naam van de rechthebbende of belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel