**1..** Voor de beoordeling van de aanvraag voor het reserveren van een individuele gehandicaptenparkeerplaats voert het college een verkeerstechnisch onderzoek uit.
**2..** Bij het verkeerstechnisch onderzoek wordt onderzocht:
of de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein;
het aantal beschikbare parkeerplaatsen en de parkeerdruk in de straat of het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft; en
de beoogde locatie van de aan te leggen individuele gehandicaptenparkeerplaats, rekening houdend met de verkeersveiligheid.
**3..** Het verkeerstechnisch onderzoek wordt binnen de maximale loopafstand van 50 meter uitgevoerd.
**4..** Het verkeerstechnisch onderzoek wordt op drie verschillende meetmomenten verricht: éénmaal in de ochtenduren, éénmaal in de middaguren en éénmaal in de avonduren.
**5..** De aanvrager komt in aanmerking voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats indien uit het onderzoek blijkt dat binnen de maximale loopafstand op ten minste twee van de drie meetmomenten geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Als norm voor het vaststellen van beschikbare parkeerplaatsen wordt uitgegaan van:
geen beschikbare parkeerplaatsen: van nul tot drie beschikbare parkeerplaatsen; of
als voldoende beschikbare parkeerplaatsen wordt gezien: drie of meer beschikbare parkeerplaatsen.
**6..** Een gehandicaptenparkeerplaats op de openbare weg is ten hoogste:
parallel aan de stoeprand: 1,80 meter breed en 6,00 meter lang; of
als insteekvak: 2,50 meter breed en 6,00 meter lang.
**7..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in het vorige lid genoemde afmetingen.
**8..** Als de aanvrager verhuist, wordt voor het nieuwe adres een nieuw verkeerstechnisch onderzoek gedaan, alvorens de individuele gehandicaptenparkeerplaats opnieuw wordt aangelegd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.5
Verkeerstechnisch onderzoek
Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026