Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Aanvragen en geldigheid

Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026

1.. De aanvrager dient een aanvraag voor een parkeervergunning in met het door het college vastgestelde aanvraagformulier, op de wijze (schriftelijk of digitaal) die het college op dat moment beschikbaar stelt. 2.. De parkeervergunning is geldig vanaf het moment waarop de verschuldigde parkeerbelasting is betaald en alleen gedurende het tijdvak waarvoor de parkeerbelasting is betaald. 3.. Een parkeervergunning is persoons-, bedrijfs-, kenteken- en adres-gebonden, tenzij anders is bepaald. 4.. Het college verlengt op aanvraag de geldigheid van een parkeervergunning voor bewoners, bedrijven en bezoekers, zolang aanvrager aan de gestelde voorwaarden blijft voldoen en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is betaald. 5.. De vergunninghouder meldt wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de geldigheid van de parkeervergunning onverwijld aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel