Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.7

Autodeelvergunning

Onderdeel van Regeling parkeerregulering Den Haag 2026

1.. Het college kan een autodeelvergunning verlenen aan een autodeelorganisatie die een motorvoertuig inzet als deelauto. 2.. Een autodeelvergunning wordt uitgegeven op kenteken. 3.. Een autodeelvergunning wordt uitgegeven voor maximaal 1 jaar. Waarna de mogelijkheid tot verlenging van de vergunning kan worden aangeboden. 4.. Er worden maximaal 4 verlengingen aangeboden. Hierna zal de autodeelvergunning volledig opnieuw moeten worden aangevraagd. 5.. De autodeelvergunning is geldig in het gehele gereguleerde gebied, met uitzondering van gebieden die worden bepaald in de vergunningsvoorschriften. 6.. Er is een maximum van 300 autodeelvergunningen per autodeelorganisatie. 7.. Vergunninghouder kan voor de betreffende deelauto een aangewezen belanghebbendenplaats aanvragen, indien nodig bij een laadpaal. 8.. De autodeelvergunning is niet adres gebonden. 9.. De vergunninghouder voldoet aan de volgende basiseisen: de vergunninghouder is een rechtspersoon, ingeschreven in het Handelsregister of een gelijkwaardig register van een andere lidstaat van de Europese Unie met recent bewijs van inschrijving niet ouder dan zes weken; uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft; de vergunninghouder is (wettelijk) verplicht om de deelauto’s conform de eisen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te verzekeren en verzekerd te houden tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door of met de deelauto’s; en de vergunninghouder heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. 10.. De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot de deelauto: de deelauto mag uitsluitend aan deelvervoer gerelateerde reclame tonen; de deelauto is met een app te openen zonder tussenkomst van de vergunninghouder of de eigenaar van de deelauto; vanaf 1 januari 2030 moet de deelauto volledig emissievrij zijn en mag deze geen schadelijke stoffen meer uitstoten (zero-emissie); en de deelauto moet herkenbaar en identificeerbaar zijn als deelauto van de vergunninghouder. 11.. De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot de dienstverlening en operatie: indien een deelauto niet gebruiksklaar is, zorgt de vergunninghouder ervoor dat de deelauto binnen 72 uur nadat het gebrek redelijkerwijs bekend is of had kunnen zijn, ter plaatse weer gebruiksklaar wordt gemaakt of wordt verwijderd. Onder gebruiksklaar wordt verstaan dat de deelauto technisch, veilig en onmiddellijk inzetbaar is. Een gebrek is redelijkerwijs bekend wanneer dit is geconstateerd of had moeten worden geconstateerd tijdens regulier beheer of wanneer hiervan een melding is ontvangen.; de deelauto moet, wanneer deze gebruiksklaar is en niet in gebruik is door een derde, te allen tijde uitsluitend beschikbaar zijn voor gebruik door derden in het kader van de dienst waarvoor de vergunning is verleend. Het voertuig mag niet voor andere doeleinden worden ingezet; elke boeking van de deelauto moet plaatsvinden zonder tussenkomst van de vergunninghouder of eigenaar van het voertuig; en de vergunninghouder dient overlast van de deelauto zoals hinderlijk parkeren of onjuist gebruik van laadpalen te voorkomen en op te lossen. 12.. De vergunninghouder voldoet aan de volgende eisen met betrekking tot communicatie: de vergunninghouder heeft één vast Nederlandssprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werktijden en zo snel mogelijk handelt bij klachten en vragen die bij de gemeente binnenkomen; de vergunninghouder registreert en handelt klachten af; en de vergunninghouder garandeert te alle tijden (24/7) klantenservice voor problemen van gebruikers onderweg. 13.. De vergunninghouder moet voldoen aan de volgende eisen met betrekking tot data, privacy en interoperabiliteit: de autodeelorganisatie zet op verzoek van de gemeente jaarlijks een door de gemeente (of een namens de gemeente aangewezen organisatie) opgestelde enquête uit onder haar gebruikers en levert aan de gemeente de ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten; de autodeelorganisatie past het Nederlands Profiel Data(delen) Deelmobiliteit toe en verstrekt geautomatiseerd gegevens over de deelauto en het gebruik daarvan in Den Haag die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de verleende autodeelvergunning en voor de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijk parkeer- en deelmobiliteitsbeleid; en de vergunninghouder zorgt ervoor dat zijn diensten voldoen aan de gangbare eisen op het gebied van informatiebeveiliging. 14.. De volgende bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien de vergunninghouder de deelauto uitsluitend ter beschikking stelt aan een autodeelgroep of aan deelnemers van een autodeelgroep: lid 9, onderdeel d (bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering); lid 10, onderdeel d (herkenbaarheid); lid 12, onderdelen b (klachtenregistratie) en c (klantenservice); en lid 13, alle onderdelen (data, privacy en interoperabiliteit). 15.. De volgende aanvullende bepalingen gelden indien de vergunninghouder de deelauto ter beschikking stelt aan een autodeelgroep of aan deelnemers van een autodeelgroep: er wordt bij aanvraag van de vergunning aangetoond dat de autodeelvergunning wordt aangevraagd voor het laten functioneren van een autodeelgroep; de autodeelgroep heeft minstens 5 deelnemende bewoners die op verschillende adressen in Den Haag wonen. Voor elke volgende autodeelvergunning heeft de autodeelgroep 5 extra deelnemende bewoners; en De vergunninghouder verstrekt op verzoek van het college minimaal één keer per jaar actuele, geanonimiseerde gegevens over het gebruik van zijn deelauto’s in Den Haag aan de gemeente of aan een door de gemeente aangewezen derde. Deze gegevens omvatten in ieder geval het aantal ritten en de afgelegde afstand. 16.. het college kan gedurende de vergunningsperiode de voorwaarden wijzigen, voor zover dit nodig is om het beoogde doel te borgen: het faciliteren en stimuleren van bewonersinitiatieven rondom het delen van auto’s. 17.. In bepaalde gevallen kan maatwerk nodig zijn en daarom kan bij autodeelvergunning worden afgeweken of kan ontheffing worden verleend van de voorwaarden in lid 9 t/m 15 op basis van een goede onderbouwing. 18.. Indien de vergunninghouder voornemens is zijn activiteiten te beëindigen, brengt hij het college daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. 19.. De vergunninghouder voldoet vanaf een jaar na de start van de dienstverlening aan de eis dat maximaal 25% van het totale aantal verhuringen korter is dan 7,5 km.

Rechtspraak bij dit artikel