De wegbeheerder is, op grond van artikel 15 en volgende van de Wegenwet, verantwoordelijk voor het onderhoud van de wegen. Hieronder valt ook het begaanbaar houden van wegen tijdens perioden van gladheid door bevriezing en sneeuwval. In deze tijd wordt het soms als vanzelfsprekend geacht dat ook onder winterse omstandigheden de verkeersveiligheid voor de weggebruiker, de bereikbaarheid van het reisdoel en de doorstroming van het verkeer op het gewenste niveau blijft. Maar dit is ten onrechte. De winterse omstandigheden zijn een natuurlijk fenomeen waartegenover de wegbeheerder slechts beperkte middelen en mogelijkheden kan inzetten.
De gemeente is wegbeheerder van lokale wegen en daarmee verantwoordelijk voor de bestrijding van gladheid op deze wegen. De gemeente heeft de vrijheid om de keuze te maken op welke wegen en/of fietspaden de gladheid bestreden wordt. Wanneer de gemeente niet voldoet aan haar zorgplicht en de weggebruiker als gevolg hiervan schade ondervindt, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Bij gladheid betreft het echter een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. Dit betekent dat er van de gemeente verwacht mag worden dat zij alle mogelijke inspanningen verricht om gladheid te bestrijden, maar niet dat zij dit altijd kan voorkomen. Wanneer de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade ten gevolge van gladheid op de lokale weg, moet zij kunnen aantonen dat zij zorgvuldig gehandeld heeft. Daarnaast zal moeten worden bekeken of de weggebruiker zijn rijgedrag heeft aangepast aan de omstandigheden. De weggebruiker moet aantonen dat de wegbeheerder nalatig is geweest.
Het aantonen van de inspanningsverplichting kan door:
Een vaststellen van een beleidsplan voor de gladheidsbestrijding. Hierin staat aangegeven welke prioriteiten de gemeente hanteert bij het bepalen van de strooiroutes, binnen welke tijd de gemeente op deze strooiroutes de gladheid bestrijdt en volgens welk strooischema. Maar hierin is ook aandacht voor bijzondere risico’s bij de keuze van de strooiroutes;
Het actief uitdragen van dit plan zodat bewoners weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten;
Het deelnemen aan het regionale gladheidsmeldingssysteem waarmee opkomende gladheid kan worden verwacht, kan helpen bij het aantonen van het juiste handelen van de gemeente;
Het bijhouden van een administratie van de gereden strooiroutes en -tijden zodat de gemeente kan aantonen dat zij tijdig en naar vermogen heeft gestrooid en dat zij dus zorgvuldig heeft gehandeld;
Het voorhanden hebben van voldoende materieel;
Consistentie in beleid en uitvoering;
Een goed klacht- en meldingssysteem.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 2.2.1.
Aansprakelijkheid
Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding Geldrop-Mierlo 2025 - 2030