De gladheidbestrijding wordt geleid door een geconsigneerde coördinator gladheidsbestrijding, zowel binnen als buiten reguliere werktijden. De coördinator gladheidsbestrijding bepaalt of er wel of niet gestrooid wordt.
De gemeenten in onze regio werken samen in een signaleringssysteem (zie paragraaf 3.3), met de gemeente Eindhoven als coördinator. Vanuit de meldkamer van de gemeente Eindhoven, wordt een gladheidsmelding verstuurd naar de deelnemende gemeenten. De melding omvat niet meer de mededeling dát de gemeente Eindhoven gaat strooien en met welke zoutdosering (zie paragraaf 4.2.1.). Na ontvangst van de melding gaan in alle aangesloten gemeenten de strooiwagens de weg op, zodat er overal in de regio gelijktijdig wordt gestrooid. Afgesproken is dat de acties binnen één uur worden gestart en dat de preventieve gladheidbestrijdingsactie circa twee à twee en een half uur duurt. Bij correctieve gladheidbestrijding is dit afhankelijk van de weersomstandigheden, maar gestreefd wordt om dit binnen drie uur te voltooien. Bij aanhoudende sneeuwval of ijzel (of bij andere extreme omstandigheden) zijn deze normen niet van toepassing.
Natuurlijk kan ook zonder een melding vanuit de regio worden besloten om een (lokale) strooiactie in gang te zetten. Bijvoorbeeld na melding door de politie gladheid of door eigen waarneming door de dienstdoende coördinator gladheidsbestrijding. Via de verschillende communicatiekanalen van de gemeente kunnen ook meldingen van bewoners binnenkomen. Op basis van deze meldingen kan besloten worden om een (lokale) strooiactie op te starten.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.5.
Artikel 3.5.1.
Alarmering
Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding Geldrop-Mierlo 2025 - 2030