Het college bepaalt in overleg met de aanvrager wanneer uiterlijk met de uitvoering van een voorziening moet zijn gestart. Het tijdstip dat in overleg is vastgesteld, wordt schriftelijk door het college aan de aanvrager meegedeeld. De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt indien de aanvrager niet op het overeengekomen tijdstip met de uitvoering daarvan is gestart.
De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt niet, indien de overschrijding van het tijdstip als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van het overeengekomen tijdstip een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot verlenging van het tijdstip wanneer met de uitvoering van de voorziening moet zijn gestart bij het college heeft ingediend.
Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt verlengd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 18
Vervallen aanspraak op bekostiging
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Opsterland 2010