In deze verordening wordt verstaan onder:
Aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer; vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar
Awb: de algemene wet bestuursrecht:
Afstand: kortste fietsafstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten met ANWB-routeplanner langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
Begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
Deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige;
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal;
Eigen vervoer: vervoer dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt;
Leerling met een beperking: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig deel kan nemen aan het verkeer;
Inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
Leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school;
Medisch advies: op schrift gesteld advies van een medisch deskundige dat is gericht op de reis/vervoersmogelijkheden van een leerling. Dit advies vormt een aanvulling op de door ouders aangeleverde informatie als dat voor het college nodig is om een vervoersvoorziening toe te kennen.
Openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken;
Opstapplaats: de opstapplaats bedoeld in artikel 11, eerste lid;
Ouders: met gezag over de leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling;
Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen.
Samenwerkingsverband:
Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs;
Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of
Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
School:
Basisschool of speciale school voor basisonderwijs (SBO) als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
School voor speciaal onderwijs (SO), voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (S(VO)); of
School voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
Schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids;
Toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt;
Tweede afzetadres; tweede adres waar de leerling kan worden afgezet zoals bedoeld in artikel 17
Vervoersvoorziening:
Vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider;
Vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider;
Aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; of
Vergoeding van eigen vervoer voor de leerling;
Woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.
Jeugdhulpinstelling: Een jeugdhulpinstelling is een door de Jeugdwet erkende organisatie die verantwoordelijk is voor het leveren van jeugdhulp aan jeugdigen en hun ouders ter bevordering van een veilige en gezonde ontwikkeling