Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer Leudal 2026

1.. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. 2.. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij; er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een beperking niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. 3.. Indien ouders en leerling geen medewerking aan een gesprek verlenen, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 en 3, ofwel in de onderzoeksfase naar het oordeel van het college voldoende is bewezen dat de leerling zelfstandig en zelfredzaam is, wordt de aanvraag voor een vervoersvoorziening afgewezen. Indien nodig kan het college tijdens de onderzoeksfase advies vragen aan een medisch deskundige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel