Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Toegang jeugdhulp via het college

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leudal 2026

1.. Jeugdigen en ouders kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college. In Midden-Limburg is het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg (CJG) de gemeentelijke toegang om namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten te beslissen over het inzetten van jeugdhulp. Het CJG is hierbij gehouden aan de kwaliteitseisen zoals benoemd in artikel 3.13. 2.. Het eerste contact over de hulpvraag wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als voldaan is aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2, van de Algemene wet bestuursrecht. 3.. Het college merkt een ondertekend onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 3.6 aan als een aanvraag als er, gelet op het tweede lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven. 4.. Als een jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een pgb-plan in als bedoeld in artikel 5.1. Een door de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend pgb-plan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. 5.. Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. 6.. Het college legt het besluit op een aanvraag voor een individuele voorziening vast in een beschikking. 7.. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel