Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.7

Toekenningscriteria individuele voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Leudal 2026

1.. Het college kent een individuele voorziening toe wanneer in het onderzoeksplan wordt vastgesteld dat de jeugdige: Zelfstandig geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn; Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of; Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 zoals deze luidden op 1 januari 2024. 2.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. 3.. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag. In beginsel wordt een bewezen effectieve voorziening toegekend, zoals benoemd in artikel 3.8 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel