Een vervoersvoorziening biedt compensatie aan inwoners die zich in hun directe woon- en leefomgeving niet goed kunnen verplaatsen door een beperking. De verschillende vervoersvoorzieningen zijn het collectief vervoer, een scootmobiel, een fietsvoorziening, een gesloten buitenwagen of een auto-aanpassing.
Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat van het collectief vervoer. Dat betekent dat eerst wordt bekeken of de inwoner in staat is gebruik te maken van het collectief vervoer. Pas als de inwoner daarvan geen gebruik kan maken, of als collectief vervoer geen passende of volledige voorziening is, wordt een andere maatwerkvoorziening verstrekt.
Voor verstrekking van een vervoersvoorziening gelden de volgende algemene voorwaarden:
Er is sprake van een mobiliteitsprobleem/beperking, waardoor het gebruik van het regulier openbaar vervoer (OV), taxi of een eigen vervoersmiddel ernstig wordt verhinderd.
Om normaal gebruik te kunnen maken van het OV moet een inwoner in staat zijn 800 meter (eventueel met hulpmiddel) zelfstandig te overbruggen en het openbaar vervoermiddel kunnen betreden en verlaten.
De vervoersvoorziening mag niet anti revaliderend zijn.
Er is sprake van een regelmatige en structurele vervoersbehoefte. De bestemming en het doel van de reis zijn daarbij ook belangrijk. Bij het bepalen van iemands vervoersbehoefte gaat het niet om hoe vaak hij een bepaalde bestemming wil bereiken. Het gaat om hoe vaak hij dat moet kunnen om deel te nemen aan het alledaagse leven en om zijn sociale contacten te onderhouden.
De beperkingen zijn langdurend van aard
Hoofdstuk 4
Artikel 6
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2026