Een scootmobiel kan geïndiceerd zijn voor die mensen, die een uiterst beperkte mobiliteit hebben.
Een scootmobiel wordt in beginsel in bruikleen verstrekt. Dit betekent dat de cliënt deze mag gebruiken, maar dat de scootmobiel geen eigendom van hem is.
Een scootmobiel verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget, wordt wel eigendom van de cliënt.
Voor verstrekking van een scootmobiel gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
Er is sprake van een loopbeperking van langdurige aard, waardoor (brom- en snor)fietsen, met of zonder elektrische trapondersteuning of zijwielen, niet mogelijk is. Daardoor is de aanvrager ernstig beperkt in zijn bewegingsvrijheid.
De aanvrager dient veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te kunnen nemen met de scootmobiel. Factoren die daarbij onder andere een rol spelen zijn: verkeersinzicht, kennis van de regels, gezichtsvermogen, gehoor, reactievermogen. De mate van rijvaardigheid en leerbaarheid van de cliënt zal mede afhankelijk zijn van het feit of hij kort daarvoor zelf nog actief deelnam aan het verkeer.
Een scootmobiel wordt alleen verstrekt als er een adequate en brandveilige stalling aanwezig is of gerealiseerd kan worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 6.3
Scootmobiel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2026