Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.

Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen en bij Verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2026

1.. Een cliënt is een eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen verschuldigd. Deze eigen bijdrage wordt ook wel abonnementstarief genoemd. 2.. De eigen bijdrage is gelijk aan de kostprijs van de voorziening (artikel 11 Verordening maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2024), tot aan ten hoogste maximaal € 21,80 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. Het totaal aan betaalde eigen bijdrage per maatwerkvoorziening mag niet hoger zijn dan de kostprijs van deze maatwerkvoorziening. 4.. Er is geen eigen bijdrage verschuldigd voor het collectief vervoer (Wmo-vervoer) en voor een rolstoel en aanpassingen aan de rolstoel incl. aandrijving en forfaitaire tegemoetkomingen. 5.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 6.. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb wordt door het CAK vastgesteld en geïnd. 7.. Start inning eigen bijdrage Begeleiding, Dagbesteding, Logeeropvang, Hulp bij het huishouden: vanaf moment dat de zorg/ondersteuning daadwerkelijk is gestart Hulpmiddelen/woningaanpassingen: datum indicatie + 1 maand 8.. Stop inning eigen bijdrage Bij de producten onder artikel 2.1 lid 7 onder a genoemd: stopmoment zorg Bij de producten onder artikel 2.1 lid 7 onder b genoemd: bij inname van de voorziening Bij overlijden, verhuizen 9.. Wanneer de Wmo ondersteuning tijdelijk onderbroken wordt, wordt de inning van de eigen bijdrage stopgezet wanneer er minstens twee kalendermaanden geen ondersteuning is geleverd én dit de laatste Wmo maatwerkvoorziening van de cliënt is. 10.. Er zijn geen bij Verordening aangewezen algemene voorzieningen benoemd (artikel 11 Verordening maatschappelijke ondersteuning).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel