**1..** De organisatie zorgt ervoor dat de optocht zoveel mogelijk aaneengesloten blijft. Als tussenruimten ontstaan tussen groepen of deelnemers, wordt het voorste deel van de optocht tijdelijk stilgezet om de achteropgeraakte groepen in de gelegenheid te stellen aan te sluiten.
**2..** De optocht moet zodanig worden gehouden dat het overige verkeer er zo weinig mogelijk hinder van ondervindt.
**3..** De route van de optocht is voorafgaand aan het doen van de melding afgestemd met de gemeente,
**4..** Alle deelnemende voertuigen moeten zijn voorzien van een geldig kenteken als de wet dit voorschrijft.
**5..** Bestuurders van een motorrijtuig, tractor of bromfiets, moeten een geldig verzekeringsbewijs tegen wettelijke aansprakelijkheid (WA) bij zich hebben.
**6..** Alle deelnemende voertuigen mogen door deelnemers alleen via een aan de zij- en achterzijde gelegen in(op)gang worden bereikt. Aan de voorzijde dient de opbouw van zodanige hoogte te zijn dat op- en afstappen onmogelijk is.
**7..** Bestuurders van samengestelde voertuigen die tijdens de optocht personen vervoeren, moeten een afzonderlijke verzekering hebben afgesloten tegen letselschade.
**8..** Elk wiel van elk deelnemend voertuig moet óf aan de zijkant zodanig worden afgeschermd dat voetgangers nooit onder of tussen de voertuigen kunnen geraken, óf te worden begeleid door een persoon die de hele optocht meeloopt naast dit wiel. Uitzondering hierop zijn de voorwielen van de trekkende motorrijtuigen.
**9..** Het is verboden om na de optocht deelnemende voertuigen te parkeren nabij de ontbindingslocatie. Uitzondering hierop zijn de prinsenwagens. Deze mogen tijdens en na de ontbinding kort blijven staan om de andere deelnemers te zien voorbijtrekken, toe te spreken, nog kort muziek te draaien of snoep uit te gooien.