Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.2

Afspraken en verplichtingen

Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein gemeente Sluis 2026

9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. Wij kunnen de bijzondere bijstand verlagen als: wij u bijzondere bijstand hebben verleend met toepassing van artikel 12 PW; of u verwijtbare gedragingen vertoont die daartoe aanleiding geven in relatie met uw recht op bijzondere bijstand. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: waarom wij uw uitkering verlagen; hoe lang wij uw uitkering verlagen; met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: hoe ernstig uw gedrag is; of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); uw persoonlijke situatie. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 5. Dit doen wij als: er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is; u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedrag of dat u iets te verwijten valt; of u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven. 9.2.2 Afzien van verlaging: Geen schuld en verjaring PW, IOAW, IOAZ, Awb We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen, als er sprake is van een dringende reden met onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, of als uw gedrag meer dan drie jaar geleden heeft plaatsgevonden. 9.2.3 Ingangsdatum en periode van verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. Als verlaging over de maand als bedoeld in lid 1 niet mogelijk is, verlagen wij uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand na de maand waarop het besluit tot oplegging van de verlaging bekend is gemaakt. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm. Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag. 9.2.4 Berekening verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb De verlaging van uw uitkering of bijstand is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. Als u periodieke bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. 9.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de bijstandsnorm, als: U zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV; of U niet tijdig uw registratie heeft verlengd. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm, als: U niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; U een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken; U niet voldoende meewerkt aan de opgelegde maatschappelijke participatie; U niet voldoende meewerkt aan de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid Participatiewet; U niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm als u zich niet naar vermogen inzet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; In geval van bijzondere omstandigheden wordt de verlaging van de PW-uitkering, als bedoeld in lid 2 en 3 gelijk verdeeld over twee maanden. De twee maanden zijn de maanden waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd. 9.2.6 Niet nakomen arbeidsverplichtingen IOAW/IOAZ, IOAW, IOAZ Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm, als: u niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; u niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; u een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; u onvoldoende meewerkt aan een opgelegd maatschappelijke participatie. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm als: U zich niet naar vermogen inzet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; U niet of onvoldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens artikel 36 en 37 IOAW/IOAZ). Tenzij dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). 9.2.7 Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering IOAW, IOAZ Wij kunnen uw uitkering: Tijdelijk gedurende één maand weigeren als aan de beëindiging van uw dienstverband van een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en u ter zake een verwijt kan worden gemaakt; of Tijdelijk gedurende één maand weigeren als uw dienstbetrekking is beëindigd door of op uw verzoek zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van u zou kunnen worden gevergd; of Tijdelijk gedurende één maand weigeren als u nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of Tijdelijk gedurende één maand weigeren als u door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. De verlaging is gelijk aan de mate waarin u inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 IOAW/IOAZ had kunnen verwerven, doch niet hoger dan de verstrekte uitkering per maand. Wij kunnen afzien van de tijdelijke of blijvende weigering als we daarvoor dringende redenen aanwezig achten. 9.2.8 Arbeidsverplichtingen die in de wet staan PW, IOAW, IOAZ Als u een verplichting als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de Participatiewet of artikel 37 lid 1 en 2 IOAW of artikel 37 lid 1 en 2 IOAZ niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de uitkeringsnorm voor de uur van een maand. Als er bijzondere omstandigheden zijn, passen we de verlaging van het eerste lid toe over twee maanden in twee gelijke delen. De twee maanden zijn de maand waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd en de maand daarna. 9.2.9 Te weinig besef van verantwoordelijkheid PW Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud (artikel 18 lid 2 PW). De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. De verlaging van de uitkering is: 10% van de bijstandsnorm voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000; 20% van de bijstandsnorm voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,- tot € 2.000,-; 50% van de bijstandsnorm voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,- tot € 4.000,-; 100% van de bijstandsnorm voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,- tot € 8.000,-; 100% van de bijstandsnorm voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8000,- tot € 12.000,-; 100% van de bijstandsnorm voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,- tot € 16.000,-; 100% van de bijstandsnorm voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,- tot € 20.000,-; 100% van de bijstandsnorm voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,-. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,- leidt tot een verlenging van de duur met één maand. De uitkering wordt verlaagd met 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand als de uitkeringsaanvraag komt door het door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid. Als het exacte benadelingsbedrag niet of niet schattenderwijs kan worden vastgesteld, dan bedraagt de verlaging 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. 9.2.10 Onacceptabel gedrag PW, IOAW, IOAZ De uitkering wordt verlaagd tot 100% van de uitkeringsnorm voor de duur van één maand als een belanghebbende zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Pw, IOAW of IOAZ uitvoeren tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Denk aan: fysiek geweld tegen medewerkers of spullen en/of mondelinge of schriftelijke bedreiging. 9.2.11 Niet nakomen van andere verplichtingen PW, IOAW, IOAZ Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikelen 9, 9a, 17 lid 2, 55 en 56a van de Participatiewet en artikelen 13 en 37 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende nakomt. Voor de Participatiewet Eerste categorie: Het niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; Het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid van de Participatiewet neerlegde ontzorgplicht. Dit is de verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. Tweede categorie: Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak, zoals bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; Het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid of artikel 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet; Het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Participatiewet; Het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 17, vierde lid van de Participatiewet. Derde categorie: Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet. Wij verlagen uw PW-uitkering voor een maand met: 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. Voor de IOAW/IOAZ: Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; Het niet of onvoldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAW/IOAZ; Het niet of onvoldoende nalaten van dat wat inschakeling in de arbeid belemmert als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel d van de IOAW/IOAZ; Het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13, tweede lid van de IOAW/IOAZ; Het niet of onvoldoende nakomen van de identificatieplicht als bedoeld in artikel 13, vierde lid van de IOAW/IOAZ. De verlaging bij de gedragingen als opgesomd bij lid 3, wordt vastgesteld op: 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand. 9.2.12 Samenloop van gedragingen PW, IOAW, IOAZ Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, vierde lid van de Participatiewet oplevert. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. We leggen voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging op. De verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en uw omstandigheden niet verantwoord is. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan: de artikelen in dit hoofdstuk; artikel 18, vierde lid van de Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. In de gevallen onder lid a en b leggen we een bestuurlijke boete op. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en waarbij u niet voldoet aan: de artikelen in dit hoofdstuk; artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, de mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden. Als we voor eenzelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b PW kunnen verlagen en een boete kunnen opleggen op grond van de Wet inburgering 2021, dan verlagen we de bijstand leggen we geen boete op. 9.2.13 Herhaling (recidive) PW, IOAW, IOAZ Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in de artikelen 8.3.5 tot en met 8.2.9 van deze verordening. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde gedrag. Het gaat dan om een besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u binnen twaalf maanden na de datum van het besluit tot verlaging: Opnieuw schuldig maakt aan een gedraging; Lid 1, 2 of 3 van dit artikel van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel