Gewone en bijzondere persoonsgegevens
Bij alle vormen van controle is er sprake van het gebruik van persoonsgegevens van de cliënt. Op de factuur staan naam en Burgerservicenummer (BSN) van een cliënt. De AVG maakt onderscheid tussen ‘gewone’ persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens. Daarnaast zijn er ook persoonsgegevens van strafrechtelijk aard. Gewone persoonsgegevens, zoals naam, adres en BSN, geven informatie waarmee de identiteit van een persoon achterhaalt kan worden. Het BSN mag dan ook enkel gebruikt worden ter uitvoering van de doelen die de wet voorschrijft.
Bijzondere persoonsgegevens gaan over de persoonlijke levenssfeer van de cliënt. Voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens geldt een strenger regime dan voor gewone persoonsgegevens. Voorbeelden van bijzondere persoonsgegevens zijn godsdienst of levensovertuiging en gegevens over de gezondheid. Bij de uitvoering van de Jeugdwet en dus ook bij controle van declaraties kan het voorkomen dat verwerking van bijzondere persoonsgegevens noodzakelijk is.
Inzage jeugdhulpdossier in de fase van detailcontrole
Zowel de gemeente als de jeugdhulpverlener beschikt over een dossier van degene die jeugdhulp ontvangt. De gemeente zal vooral indicatie- en verstrekking gegevens bijhouden in het eigen dossier. In dit onderdeel gaat het over het jeugdhulpdossier dat de jeugdhulpverlener moet bijhouden over de inhoudelijke kant van de jeugdhulpverlening. Alleen in het uiterste geval kan de gemeente een medisch dossier (bij jeugd-ggz) of een ander jeugdhulpdossier inzien dat onder een beroepsgeheim valt (6b.5 lid 2 Regeling Jeugdwet). Dit mag pas in de fase van detailcontrole (zie paragraaf 3.4). Is er sprake van een detailcontrole met inzage in zo een jeugdhulpdossier, dan gebeurt dit onder verantwoordelijkheid van een geautoriseerd persoon, die zelf een beroepsgeheim heeft ( iemand met een medisch beroepsgeheim ).Een persoon met een medisch beroepsgeheim hoeft overigens niet altijd een arts te zijn; dat is afhankelijk van de soort dienst waarop de detailcontrole zich richt. Dit is zo omdat op die manier voldoende zorginhoudelijke deskundigheid wordt ingezet om de juiste gegevens uit een jeugdhulpdossier te kunnen selecteren en interpreteren en om te waarborgen dat zorgvuldig wordt omgegaan bij de verwerking van de benodigde persoonsgegevens. Deze geautoriseerde persoon mag het jeugdhulpdossier inzien (zie verder paragraaf 3.4) zonder toestemming van de jeugdige of de ouders/vertegenwoordiger(s).
Artikel 2.4
Persoonsgegevens
Onderdeel van Algemeen controleplan – ten behoeve van controles op grond van de Jeugdwet Toezichthouders Wmo en Jeugdwet Zeeland