Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.3

Doelstelling en reikwijdte

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Opmeer

1.. Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te waarborgen, de samenwerking tussen gemeente, inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden te regelen en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. 2.. Deze verordening gaat over participatie bij het ontwikkelen van gemeentelijk beleid, projecten of plannen vanaf de voorbereiding tot en met de uitvoering en evaluatie. 3.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of participatie plaatsvindt en of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. Participatie is altijd verplicht als de wet dit voorschrijft. 4.. Participatie en/of het uitdaagrecht wordt uitgesloten als: Dit bij of op grond van wettelijk voorschrift is uitgesloten; De vrije beleidsruimte beperkt is, bijvoorbeeld als er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij de gemeente nauwelijks ruimte heeft om eigen afwegingen te maken; De uitkomst van de participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; Het een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op de interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente Opmeer; Het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeenwet Het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; Als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente zich in te zetten voor kwetsbare groepen in de samenleving, of; Als andere zwaarwegende belangen het afzien van participatie vergen. 5.. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van het omgevingsplan (art. 2.4 Omgevingswet), de omgevingsvisie (art. 3.1 Omgevingswet) of een programma (art 3.4 Omgevingswet) zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht in acht als bedoeld in de artikelen 10.2,10.7 en 10.8 Omgevingsbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel