Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14.

Verantwoording en Rapportage

Onderdeel van Budgethoudersregeling gemeente Hoeksche Waard 2026

1.. Budgethouders leggen verantwoording af over hun budgetbeheer en de realisatie van hun deelplannen, in lijn met de doelstellingen uit de programmabegroting. Dit omvat zowel de financiële uitputting van de budgetten als de voortgang van de beoogde beleidsresultaten. 2.. De verantwoording door budgethouders vindt plaats volgens de Planning & Control (P&C) cyclus. 3.. De hoofdbudgethouders leggen verantwoording af aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur en het college over de voortgang van hun budgetten en prestaties volgens de volgende momenten: Kadernota jaar T+1: In het voorjaar (na de eerste vier maanden van jaar T) wordt de kadernota opgesteld, waarin het financiële kader voor het komende jaar wordt vastgesteld, mede op basis van de realisatie in de eerste vier maanden van het lopende jaar. Voorjaarsrapportage jaar T: In het voorjaar (na de eerste vier maanden van jaar T) wordt de voorjaarsrapportage opgesteld waarin de uitvoering van de budgetten en prestaties in de eerste vier maanden van het lopende jaar wordt beschreven. Indien nodig wordt in deze fase een eerste begrotingswijziging voor het lopende jaar voorgesteld. Najaarsrapportage jaar T: In het najaar (na acht maanden) wordt de najaarsrapportage opgesteld waarin de uitvoering van de budgetten en prestaties in de eerste acht maanden van het lopende jaar wordt beschreven. Hierbij kan ook een tweede begrotingswijziging worden voorgesteld. Jaarstukken, als bedoeld in artikel 24 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, en eindrapportage jaar T-1: In het begin van jaar T wordt een jaarverslag, jaarrekening en een eindrapportage opgesteld 1 waarin de uitvoering van hun budgetten en prestaties over het hele jaar T-1 wordt beschreven. Deze rapportage vormt de basis voor het jaarverslag en de jaarrekening die aan de Raad wordt gezonden. 5.. Als tijdens de maandelijkse of kwartaalrapportages blijkt dat er sprake is van significante afwijkingen in budgetten of prestaties, meldt de budgethouder dit aan de hoofdbudgethouder. Die meldt dit op zijn beurt aan de Algemeen hoofdbudgethouder. De melding gaat vergezeld van voorstellen voor correctieve maatregelen om verdere budgettaire of operationele afwijkingen te voorkomen. 6.. Budgethouders leggen voorts verantwoording af over de behaalde beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in de programmabegroting en de afgeleide deelplannen. Deze rapportages geven inzicht in de voortgang van beleidsresultaten en de middelen die hiervoor zijn ingezet.

Rechtspraak bij dit artikel