**1..** Het bestuur maakt elk jaar de rekening van baten en lasten (inclusief de balans) van het voorgaande jaar op, met inachtneming van artikel 186 Gemeentewet. Het bestuur zendt de rekening ter controle naar de door het Bestuur aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen.
**2..** Het bestuur zendt voor 30 april de voorlopige jaarrekening en zodra beschikbaar het verslag van bevindingen van de accountant aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**3..** De colleges en de raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de voorlopige rekening het bestuur hun zienswijze schriftelijk doen blijken.
**4..** Nadat het controlerapport bedoeld in lid 1 is ontvangen, stelt het bestuur de rekening vast waarna deze door hem binnen twee weken, maar in ieder geval vóór 15 juli van dat jaar wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
**5..** Het besluit van het bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft het bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.