Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Ruimtelijke ordening

Onderdeel van Uitvoeringsnota-VTH 2023-2026

We toetsen Iedere omgevingsvergunningaanvraag aan het vigerende bestemmingsplan en het geldende planologisch regime. Voor zover een initiatief of aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, zijn vergunningverleners bevoegd om zelf de betrokken belangen af te wegen en is de unitmanager gemandateerd voor de besluitvorming voor zover het gaat om: tijdelijke afwijkingen binnenplanse afwijkingen; buitenplanse afwijkingen die voorkomen op de kruimellijst; De zware buitenplanse afwijkingen worden per geval gemandateerd aan de unitmanager Leefgebied. In alle andere gevallen maken de behandelaren van vergunningaanvragen in overleg met de collega’s van ruimtelijk beleid een afweging en waar nodig leggen zij dit voor aan de betreffende portefeuillehouder(s).

Rechtspraak bij dit artikel