Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 73

Artikel 73.1

Algemene uitgangspunten insolventieprocedures

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Gemeente Kampen 2026

73.1.1Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement Uiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering meldt de ontvanger zijn vorderingen ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Daarbij wordt er van uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven, geacht worden van dag tot dag te ontstaan. De ontvanger meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar artikel 19.2 van deze leidraad. 73.1.2Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement Aansprakelijkstelling voor belastingaanslagen tijdens zowel het faillissement als tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling is mogelijk. 73.1.3Boedelschulden De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel. Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij de invordering van boedelschulden kan de ontvanger tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen. Belastingschulden ontstaan gedurende een surseance zijn boedelschulden in het faillissement (zie artikel 19.2.2 (nr. in koptekst) van deze leidraad). 73.1.4Proceskostengarantie Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de ontvanger een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan. Bij de beoordeling van het verzoek neemt de ontvanger als uitgangspunt dat: de boedel bij de actie van de curator moet zijn gebaat; de ontvanger (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen. Daarnaast stelt de ontvanger de eis dat de schuldeisers - die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure - bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de ontvanger een verzoek om garantstelling doet, treedt de ontvanger in overleg met het college. 73.1.5Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator Niet van toepassing 73.1.6Bodemvoorrecht in WSNP en faillissement Niet van toepassing 73.1.7Bodemrecht en insolventie van de derde eigenaar Niet van toepassing 73.1.8Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP Voor uitstel van betaling in relatie tot faillissement en WSNP wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en artikel 25.4.4 van deze leidraad. 73.1.9Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP Zie voor kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP artikel 26.1.9 van deze leidraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel