1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1, 1.2, 1.3 en 1.6 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal niet kunnen worden geïncasseerd vervalt de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.
4. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.4 en 1.5 van de tarieventabel binnen één maand na dagtekening worden betaald.
5. Indien de belasting wordt geheven door middel van een mondelinge of gedagtekende kennisgeving moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet, worden betaald:
a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de uitreiking;
b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 30 dagen na de dagtekening.
6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde
termijnen.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Maasgouw 2010