In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'
2.1 Woonplaats
De begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud. Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW.
Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk VI van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de gemeentelijke verordening op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan.
2.2 Vertaalbepaling Gemeentewet
In artikel 231, lid 1 van de Gemeentewet is de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen van toepassing verklaard op de invordering van de gemeentelijke belastingen. Artikel 249 Gemeentewet noemt de artikelen van de Invorderingswet 1990 die buiten toepassing blijven. In de artikelen 231 en 232 Gemeentewet is bepaald aan wie de in de Invorderingswet 1990 genoemde bevoegdheden toekomen. Het gaat daarbij om een vertaling van de functionarissen die in artikel 2 van de Invorderingswet 1990 worden genoemd naar bestuursorganen en functionarissen binnen Meerinzicht. Deze artikelen worden gelezen in samenhang met de daarop betrekking hebbende artikelen uit de Gemeenteblad 2024, 254330 en aanwijzingsbesluit Gemeenteblad, nr. 87463, 24 september 2015; zie ook Leidraad art 1.1.2 en 1.1.10.