Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 1.

Artikel 28.

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van 2e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Ouder-Amstel 2025

1.. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3.. De vergadering kan stemmen middels handopsteking. 4.. Bij stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 5.. Voor een hoofdelijke stemming trekt de voorzitter, ter aanwijzing van het lid met wie de oproeping voor de stemming aanvangt, een nummer uit de schaal. Daarin bevindt zich een aantal briefjes, gelijk aan het aantal volgens de presentielijst ter vergadering aanwezige leden en genummerd van 1 tot en met het getal, gelijk aan het aantal aanwezige leden. Het getrokken nummer wijst aan, dat als eerste lid zijn stem uitbrengt, degene wiens handtekening achter dat nummer op de presentielijst is geplaatst. 6.. Het oproepen van de namen geschiedt vervolgens door de griffier in volgorde van zitplaatsen, waarbij de richting van de wijzers van de klok wordt aangehouden. Indien echter de voorzitter lid van de raad is brengt hij het laatst zijn stem uit. 7.. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. 9.. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 10.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel