Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toekenning en reikwijdte ondermandaat, ondervolmacht en -machtiging

Onderdeel van Ondermandaatregeling ARW Stichting Watermaatschappij Amsterdam

1.. Het verlenen van ondermandaat voor het nemen van een besluit ter uitoefening van een bevoegdheid omvat het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen en de ondervolmacht voor het verrichten van de daarmee verbonden privaatrechtelijke rechtshandelingen en de ondermachtiging voor het verrichten van daarmee samenhangende feitelijke handelingen. 2.. Aan de medewerkers van de Stichting genoemd in artikel 4 wordt ondermandaat, (onder)volmacht dan wel (onder)machtiging verleend voor het uitoefenen van de in artikel 4 genoemde bevoegdheden. De bevoegdheden in artikel 4 worden geacht te zijn gewijzigd voor zoveel en op het tijdstip dat de daarbij genoemde wetten en regelingen zijn gewijzigd. 3.. De in artikel 4 genoemde medewerkers hebben de daar aangegeven bevoegdheden slechts voor zover deze betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot de gebruikelijke werkzaamheden en taken van de medewerker, zoals onder andere blijkend uit een functiebeschrijving. 4.. De in artikel 4 genoemde bevoegdheden gelden tevens voor medewerkers van de Stichting die in lijn hoger geplaatst zijn dan de betreffende genoemde medewerker. 5.. Elke medewerker van de Stichting is gemachtigd om feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn voor zover deze handelingen binnen de normale uitoefening van zijn functie of rol vallen en voor zover daarmee op geen enkele wijze namens (een bestuursorgaan van) of de Stichting verplichtingen worden aangegaan. 6.. De op grond van dit besluit verleende ondermandaten, (onder)volmachten en (onder)machtigingen, gelden eveneens voor de plaatsvervangers van de in artikel 4 genoemde medewerkers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel