Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

Toezicht

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Vlaardingen 2026

1.. De toezichthouder voert het toezicht uit in opdracht van het college. 2.. De toezichthouder houdt risico gestuurd toezicht op de geboden kwaliteit van kinderopvang en de naleving van de kwaliteitseisen. 3.. De toezichthouder stelt voor kindercentra en gastouderbureaus na elk jaarlijks onderzoek (en zo nodig vaker) een risicoprofiel op om de inspectielast te bepalen. Hiervoor gebruikt de toezichthouder een landelijk vastgesteld model, met verschillende indicatoren. 4.. De toezichthouder beoordeelt altijd of de houder voldoet aan de eisen die betrekking hebben op: Verklaringen Omtrent het Gedrag Rregistratie in het Personenregister kinderopvang; Pedagogische kwaliteit; Voorschoolse educatie (als daar op de locatie sprake van is). 5.. De toezichthouder kan een herstelaanbod doen voor een snel herstel van een tekortkoming. Een herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder aan de houder om binnen de door de toezichthouder gestelde termijn maatregelen te nemen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen. 6.. Elke overtreding kan in aanmerking komen voor een herstelaanbod, tenzij: aard en ernst van de overtreding zich niet leent voor het herstelaanbod; er te veel overtredingen zijn; de houder in de voorgaande drie jaar al in de gelegenheid is gesteld om dezelfde of een vergelijkbare overtreding op te heffen; de toezichthouder direct ingrijpen noodzakelijk acht; herstel niet mogelijk is binnen de onderzoeksperiode. 7.. De toezichthouder kan, naast het herstelaanbod, een schriftelijk bevel afgeven bij overtredingen met grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang. Dit is het geval bij ernstige overtreden waarbij het nemen van maatregelen geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet nemen en binnen welke termijn. 8.. Afhankelijk van de geconstateerde overtreding(en) en het advies van de toezichthouder is het aan het college om gemotiveerd wel of niet handhavend op te treden.

Rechtspraak bij dit artikel