Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.10

– Specifieke uitvoeringskaders

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Culemborg 2026

3.10.1 Vervoer Vervoer is geen zelfstandige voorziening, maar onderdeel van de jeugdhulp. Het wordt alleen verstrekt wanneer de noodzakelijke hulp anders niet toegankelijk is en eigen of netwerkvervoer redelijkerwijs niet mogelijk is. Bij de beoordeling toetst het college eerst de eigen kracht van jeugdige en ouder(s). Vervoer wordt alleen verstrekt wanneer is vastgesteld dat: de jeugdige niet zelfstandig of met openbaar vervoer kan reizen; en vervoer door ouder(s), netwerk of vrijwilligers redelijkerwijs niet mogelijk is; en de aanbieder de hulp niet op een andere, bereikbare locatie kan bieden. Het college hanteert bij de beoordeling van vervoersnoodzaak de volgende afwegingsvolgorde: zelfstandig vervoer van de jeugdige (lopen, fietsen, openbaar vervoer); vervoer met ondersteuning van ouders of netwerk; vervoer via de aanbieder (zorg in natura); vergoeding voor eigen vervoer; aangepast vervoer bij medische noodzaak of onmogelijkheid van eigen vervoer. De beoordeling en toekenning van vervoer vinden plaats met inachtneming van de beginselen van evenredigheid en doelmatigheid overeenkomstig met de Algemene wet bestuursrecht. Het college motiveert in het besluit waarom vervoer noodzakelijk is, welke vorm goedkoopst adequaat is, en of afwijking van richtlijnen gerechtvaardigd is vanwege persoonlijke omstandigheden. Bij wachttijden of leveringsproblemen kan het college tijdelijk een andere passende oplossing treffen. 3.10.2 Vaktherapie 1.. Vaktherapie wordt in beginsel niet als zelfstandige voorziening ingezet, maar als onderdeel van een breder behandel- of gezinsplan. 2.. Het college kan vaktherapie als afzonderlijke voorziening toekennen wanneer: is onderbouwd dat deze therapievorm aantoonbaar de meest passende en doelmatige hulp is voor het bereiken van de hulpdoelen; geen andere, lichtere of meer gebruikelijke vorm van hulp toereikend is; en de noodzaak is vastgesteld door of in overleg met een deskundige, zoals een gedragswetenschapper of regiebehandelaar. 3.. Vaktherapie omvat in ieder geval erkende therapievormen zoals muziek-, beeldende-, drama-, dans- en bewegingstherapie of psychomotorische therapie (PMT). 4.. De hulpverlener voldoet aan de geldende kwaliteitseisen en is geregistreerd bij een erkend beroepsregister, zoals het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of het Register Vaktherapie van de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB). 5.. Andere ervaringsgerichte of alternatieve methoden vallen in beginsel niet onder de reikwijdte van de Jeugdwet, tenzij de effectiviteit en veiligheid aantoonbaar zijn onderbouwd en het college gemotiveerd besluit tot afwijking. 6.. De duur, frequentie en evaluatie van vaktherapie worden afgestemd op de aard en ernst van de problematiek en vastgelegd in het plan van aanpak en sluit aan op de regionale inkoopafspraken.

Rechtspraak bij dit artikel