**1..** Onder informele hulp wordt verstaan: jeugdhulp die wordt geboden door personen zonder professionele registratie en/of behorend tot het sociale netwerk van de jeugdige of diens ouders.
Hulp door een ouder of familielid in de eerste of tweede graad geldt als informele hulp, ook wanneer deze persoon over zorgdiploma’s beschikt.
**2..** Uitgangspunten:
Informele hulp kan een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling en stabiliteit van de jeugdige, mits deze van voldoende kwaliteit is en de belasting van het netwerk redelijk blijft.
Informele hulp is aanvullend op professionele hulp en vervangt deze niet wanneer specialistische kennis of toezicht vereist is.
Het college beoordeelt bij iedere aanvraag of de inzet van informele hulp verantwoord, passend en evenredig is in verhouding tot de problematiek en de draagkracht van het gezin.
**3..** De informele hulpverlener biedt veilige, doelgerichte en betrouwbare hulp, respecteert privacy en werkt samen met betrokken professionals.
Bij structurele of intensieve inzet kan het college aanvullende voorwaarden stellen, zoals overleg met een gedragswetenschapper of het overleggen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
**4..** Het college weegt de intensiteit en duur van de inzet, de belastbaarheid van de hulpverlener, de aard van de relatie en het risico op overbelasting.
Bij (dreigende) overbelasting kan de inzet worden beperkt of onder voorwaarden worden voortgezet.
**5..** Als beleidsmatig richtsnoer geldt dat de belasting van het netwerk in redelijke verhouding moet staan tot de hulpvraag.
Inzet die qua omvang vergelijkbaar is met een voltijdse weektaak (36–40 uur per week per huishouden) wordt alleen verantwoord geacht wanneer:
de kwaliteit en veiligheid van de hulp aantoonbaar zijn gewaarborgd;
sprake is van een langdurige mantelzorgsituatie zonder redelijke alternatieven; en
de inzet noodzakelijk is om ernstige schade of uithuisplaatsing te voorkomen.
Het college beoordeelt steeds individueel of de inzet proportioneel is en motiveert een eventuele afwijking in het onderzoeksverslag en de beschikking, met toepassing van het evenredigheidsbeginsel overeenkomstig met de Algemene wet bestuursrecht.
**6..** De informele hulpverlener mag geen direct financieel belang hebben bij beslissingen over het pgb of het beheer.
Indien de hulpverlener tevens budgetbeheerder is, toetst het college of de scheiding van rollen voldoende is gewaarborgd.
**7..** De inzet van informele hulp wordt ten minste jaarlijks betrokken bij de herbeoordeling op effectiviteit, belasting en samenwerking tussen formele en informele hulp.
**8..** Informele hulp vervangt niet de gebruikelijke hulp die redelijkerwijs van ouders of het netwerk mag worden verwacht, tenzij is vastgesteld dat de draagkracht is overschreden en aanvullende hulp noodzakelijk is.
De beoordeling volgt het toetsingskader zorgvuldig onderzoek, normaliseren en eigen kracht (artikel 3.2 en bijlage 1).
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.7
– Informele hulp
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Culemborg 2026