Voor de kosten van een door de kantonrechter ingesteld beschermingsbewind, mentorschap of onder curatelestelling is bijzondere bijstand mogelijk.
Wanneer de aanvraag voor de kosten van bewindvoering, curatele of mentorschap niet binnen de termijn van drie maanden nadat de kosten opkomen wordt ingediend, wordt:
de aanvraag voor eenmalige kosten afgewezen in verband met het niet tijdig aanvragen; en
de bijstand voor de periodieke kosten niet eerder toegekend dan met ingang van de datum gelegen drie maanden voor de datum van aanvraag.
Voor de verstrekking van de bijzondere bijstand sluit het college aan bij de beschikking van de kantonrechter. Uit de beschikking blijkt welke bewindvoerder, mentor of curator is benoemd en voor welke werkzaamheden er kosten in rekening mogen worden gebracht.
Er wordt niet meer bijzondere bijstand verstrekt dan de bewindvoerder in rekening brengt tot het maximale bedrag, zoals dat is genoemd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Tevens bestaat er recht op bijzondere bijstand voor de kosten van een beheerrekening.
Het college kan de bewindvoerder, curator en/of mentor verzoeken om het plan van aanpak in te leveren, dat ook bij het verzoekschrift aan de rechtbank is overgelegd.
Het college verstrekt in ieder geval geen bijzondere bijstand voor de kosten van:
bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen;
beheer van een persoonsgebonden budget als de aanvrager de zorg ook in natura kan ontvangen;
griffierecht en intakekosten als er sprake is van wisseling van bewindvoerder, mentor en/of curator en er geen noodzaak was tot deze wisseling.
Hoofdstuk 6
Artikel 22
Kosten bewindvoering, curatele en mentorschap
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026