De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden, beginnend op de eerste dag van de maand waarin de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, ontstaan.
Als uitgangspunt wordt de draagkracht niet meer gewijzigd gedurende de draagkrachtperiode.
In afwijking van het vorige lid wordt de vastgestelde draagkracht herzien of opnieuw berekend over de resterende draagkrachtperiode als:
er een wijziging in de woon- en/of leefsituatie is, waardoor er een andere bijstandsnorm of een andere vermogensgrens op de aanvrager van toepassing is;
er een wijziging in het vermogen plaatsvindt, waardoor het vermogen hoger is dan het bepaalde in artikel 9;
er een structurele wijziging in het inkomen is van minimaal 10%.
Bij incidentele kosten wordt de vastgestelde draagkracht volledig in mindering gebracht op de te vergoeden kosten.
Bij periodieke kosten wordt de vastgestelde draagkracht uit inkomen maandelijks in mindering gebracht op de te vergoeden kosten. Als er sprake is van draagkracht uit vermogen dan wordt deze eerst volledig verrekend.
Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om een drempelbedrag toe te passen als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Eemsdelta 2026