Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.

Artikel 4:5

Onversterkte muziek

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2024

1.. Bij onversterkte muziek zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en artikel 2.18, vijfde lid, van het Besluit, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer dan 55 dB(A), 50 dB(A) en 40 dB(A) tussen respectievelijk 07.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast. 2.. Bij onversterkte muziek zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en artikel 2.18, vijfde lid, van het Besluit, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT in gevoelige ruimten niet meer dan 40 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 35 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 25 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast. 3.. Het college kan geluidsnormen stellen die afwijken van de in het eerste en tweede lid genoemde waarden. 4.. De in het eerste lid aangegeven waarden gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 5.. Het eerste lid en het tweede lid zijn niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2 en 4.3 van deze verordening. 6.. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 7.. de in het tweede lid aangegeven waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 8.. de in het tweede lid aangegeven waarden in in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, gelden niet als de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel