Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris
ambtelijke bijstand tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
het bijstand, bedoeld in artikel 3, tweede lid tweede
volzin, betreft.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van
het eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee
aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft
ingediend.
Hoofdstuk 2:
Artikel 4
Uitzonderingsgronden ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2010