Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuursorgaan verleent, voor zover het bevoegd is, mandaat aan de directeur tot het uitoefenen van de (categorieën van) bevoegdheden in de lijst van bevoegdheden. 2.. In het kader van de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid als bedoeld in lid 1, is de directeur tevens bevoegd tot het verrichten van de daartoe noodzakelijke feitelijke handelingen. 3.. De directeur stemt in met de gemandateerde bevoegdheden. Instemming geschiedt schriftelijk.

Rechtspraak bij dit artikel