**1..** De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van de ter zake voor het bestuursorgaan geldende wettelijke regelingen en beleidsregels.
**2..** De directeur mag enkel van het mandaat gebruik maken, indien het bestuursorgaan de gemandateerde bevoegdheid als af te nemen product in de dienstverlenings-overeenkomst, werkprogramma en/of maat- en meerwerkopdracht heeft opgenomen.
**3..** Instructies en begrenzing van de gemandateerde bevoegdheden kunnen, behalve in zijn algemeenheid als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel en/of in bijbehorende bijlage ‘mandaatregister’ in de kolom ‘begrenzing’, door het bestuursorgaan per geval aan de directeur worden gegeven.
**4..** Indien instructies per geval worden gegeven, geschiedt dit schriftelijk en op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.
**5..** De volgende algemene instructies zijn van toepassing op de uitoefening van het mandaat:
Indien zich naar het oordeel van de directeur één of meer van de navolgende gevallen voordoet, overlegt de directeur de zaak met betrokken portefeuillehouder, alvorens een besluit te nemen:
de te nemen beslissing wijkt af van bestaand beleid, richtlijnen of voorschriften;
uit de te nemen beslissing kunnen niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties voortvloeien;
tijdens de voorbereiding van het besluit komt naar voren dat de te nemen beslissing bestuurlijk of maatschappelijk gevoelig ligt. Onder bestuurlijk of maatschappelijk gevoelige beslissingen worden in ieder geval verstaan beslissingen over grootschalige evenementen;
het betreft een stuk, gericht aan de Kroon, ministers, staatssecretarissen, de Raad van State, de Nationale ombudsman, de commissaris van de Koning en gedeputeerde staten, dat geen routinematig karakter heeft.
Indien een besluit op bezwaar betreft, is geen mandaat verleend aan de functionaris die het primaire besluit heeft genomen.
**6..** Indien sprake is van ondermandatering, is de directeur gehouden geldende instructies onverwijld aan de betreffende ondergemandateerden door te geven, onverminderd de bevoegdheid van het bestuursorgaan dit zelf te doen.
Artikel 5
Voorschriften, instructies en begrenzing
Onderdeel van Algemeen Mandaatbesluit omgevingsdienst Groene Metropool – gemeente Westervoort 2026