**1..** Begeleiding: Begeleiding is in de Wmo gedefinieerd als activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, zodat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen. De bestaande producten zijn Individuele Begeleiding 1,2 en 3 (B1, B2, B3) en Groepsbegeleiding (G1). Nadere info over Wmo Begeleiding is te vinden via de productkaarten in bijlage 9 van deze beleidsregels.
**2..** Dagbesteding: Dagbesteding is een vorm begeleiding die wordt ingezet als maatwerkvoorziening in groepsverband. Er is behoefte aan een zinvolle dagbesteding. Deze kan ontstaan vanuit een beperkte dagstructuur, maar ook vanuit overbelasting van de mantelzorgers/ het sociaal netwerk. De focus is gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname/participatie. Er wordt voorzien in een zinvolle dagbesteding die niet is gericht op uitstroom naar (betaald of vrijwilligers-) werk. Men biedt structuur en passende activiteiten voor de dag. Het bieden van enige persoonlijke ondersteuning en/of begeleiding bij verzorgingstaken (bijv. ondersteuning bij de toiletgang) behoort tot deze ondersteuning. Passende dagbesteding wordt zo dicht mogelijk bij de cliënt georganiseerd. Bij dagbesteding wordt gewerkt met dagdelen van drie uur waarbij de cliënt daadwerkelijk op locatie aanwezig is. Er wordt passende dagbesteding op maximaal 10 kilometer afstand vanaf het huisadres van de cliënt vergoed mits dit aansluit bij de hulpvraag en of het daadwerkelijk beschikbaar is. Zie verdere informatie bij het product vervoer. De bestaande producten zijn Dagbesteding 1 en 2 (D1, D2). Nadere info over Wmo Dagbesteding is te vinden via de productkaarten in bijlage 9 van deze beleidsregels.
**3..** Algemene voorwaarden begeleiding
Voorliggende voorziening: Het begrip voorliggende voorziening is niet opgenomen in de Wmo en kan niet als weigeringsgrond worden gehanteerd voor afwijzing van aanvragen waarvoor ook een beroep op een andere wet kan worden gedaan. Een aanvraag kan wel worden afgewezen als op grond van onderzoek (artikel 2.3.5 lid 4 Wmo) blijkt dat cliënt op eigen kracht in staat is tot zelfredzaamheid en participatie. Hieronder wordt ook verstaan dat cliënt daadwerkelijk een beroep kan doen op andere wetten (zoals bijvoorbeeld de Zvw en Participatiewet, hierna te noemen de Pw). Zie voor nadere info hieronder.
Behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw): Voordat begeleiding wordt geïndiceerd is het van belang dat wordt onderzocht of de hulpvraag een begeleidingsdoel of behandeldoel betreft. Als sprake is van een hoog medisch risico of behoefte aan geneeskundige zorg, waarvoor de expertise nodig is op het niveau van een specialist, dan is sprake van een behandeldoel. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reumacentrum). Behandeling is gericht op bijvoorbeeld: het aanleren van vaardigheden om met een aandoening stoornis/beperking om te gaan. Behandeldoelen vallen onder de Zvw.
Anders dan in de Wet langdurige zorg (Wlz) is de diagnose niet leidend maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contraproductief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om tijdens de behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen (hoofd)behandelaar en begeleider plaats te vinden.
Ondersteuning vanuit de Participatiewet of scholing die cliënt volgt of kan volgen: Er zijn ook andere voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan, voordat de maatwerkvoorziening “begeleiding” wordt overwogen.
Hierbij kun je denken aan ondersteuning op grond van de Pw of scholing die de cliënt kan volgen. Zijn deze mogelijkheden voor aangepast werk of scholing er niet, dan kan begeleiding in de vorm van arbeidsmatige dagbesteding worden overwogen.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen: Als burgers een beperking hebben wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan begeleiding. Wellicht zijn in die situaties andere opties mogelijk of is het gewoon de verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn huisgenoten om deze beperking op te lossen. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden (die burger zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen). Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn een computercursus, taalles of een bingoavond.
Gebruikelijke hulp: Net als bij hulp bij het huishouden wordt bij begeleiding het begrip ”gebruikelijke hulp” gehanteerd. Op basis hiervan kan objectief worden vastgesteld welke taken gebruikelijk en welke boven-gebruikelijk zijn. Zie bijlage 10 (HHM normenkader 2019 incl. aanvullende instructie huishoudelijke hulp) en 9 (indicatieprotocol begeleiding) van deze beleidsregels voor een uitgebreidere beschrijving van dit begrip.
Indiceren begeleiding: Om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting te geven aan de indicatiestelling wordt gebruik gemaakt van het indicatieprotocol (zie bijlage 9 van deze beleidsregels). Naar aanleiding van de uitkomst van het indicatieprotocol wordt vervolgens onderzocht welke doelen de cliënt wil bereiken en of dit bereikt kan worden met eigen mogelijkheden, het sociaal netwerk, mantelzorg en andere voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen. Uiteindelijk wordt vastgesteld of de maatwerkvoorziening begeleiding passend en adequaat is voor het oplossen van de hulpvraag. Onderdeel van deze vaststelling is de keuze voor individuele begeleiding, groepsbegeleiding of dagbesteding, en hoeveel daarvan (in minuten/dagdelen) en voor welke periode. Ook wordt bepaald of vervoer van en naar de locatie waar dagbesteding wordt aangeboden nodig is.
De indicatie begeleiding loopt maximaal 14 dagen door na verhuizing naar een andere gemeente. Tijdens deze periode worden afspraken gemaakt met de gemeente dat de desbetreffende gemeente de resterende looptijd van de indicatie overneemt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Begeleiding 18+ (Individuele Begeleiding, Dagbesteding en Groepsbegeleiding)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2026 gemeente Geldrop-Mierlo