**1..** Afwegingskader woningaanpassing
Het gesprek wordt gevoerd bij de cliënt thuis om zo de gehele situatie in beeld te krijgen. Bij het gesprek is het belangrijk dat een aantal zaken langsgelopen wordt. De volgende onderwerpen komen aan bod.
Medische noodzaak onderzoeken
Eigen verantwoordelijkheid
Afweging verhuizen of aanpassen (primaat)
Woonlastenconsequentie
Eigenaar/huurder
De wil om te verhuizen, zo nee waarom niet
Sociale omstandigheden (mantelzorg, werk)
Oplossingsrichtingen
Goedkoopst compenserende oplossing
Eigen bijdrage en eigen aandeel (de eigen bijdrage geldt ook voor de onderhoudsplichtige ouders als het om kinderen gaat) Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. In dit verslag wordt de huidige woonsituatie, en de beperkingen die daarmee ondervonden worden, duidelijk omschreven.
**2..** Eigen kracht oplossingen in relatie tot woningaanpassingen
Van cliënten mag een eigen reorganisatie vermogen worden verwacht. Het herinrichten of verplaatsen van voorwerpen die bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen die cliënt ervaart. Denk hierbij aan:
Indeling en situering van kasten en/of de koelkast;
Welke praktische oplossing zonder kosten realiseerbaar is, bijvoorbeeld verplaatsen van meubelstukken, een tafeltje bijzetten, etc.
De aanwezigheid van meerdere personen in huis en daarmee de noodzaak tot het zelf bereiden van maaltijden.
Bij (oudere) alleenstaanden kan tevens het aanbod van de maaltijdvoorziening bij de afweging worden betrokken of het netwerk die voor magnetronmaaltijden zorgt.
Aangezien de aanpassing van de woning een kostbare oplossing is, wordt ook de medische prognose m.b.t. functiebeperkingen van cliënt in overweging genomen.
**3..** Vervolg onderzoek
Wanneer uit onderzoek blijkt dat er een probleem is in de huidige woning, volgt verder onderzoek naar een passende oplossing, zoals een verhuizing naar een aangepaste of beter aan te passen woning. Bij het afwegen worden de volgende aspecten meegenomen, namelijk:
Op welke termijn kan het probleem worden opgelost? Afgewogen moet worden of een verhuizing snel het juiste resultaat biedt voor de zelfredzaamheid van de cliënt. Soms kan dat wel, maar soms ook niet. Beoordeeld moet worden, binnen welke termijnen er, ook uit medisch oogpunt, een oplossing voor het probleem gerealiseerd moet zijn.
Hoe zien de sociale factoren eruit? Van belang daarbij onder andere de binding van de cliënt met de omgeving, aanwezigheid van mantelzorg en directe familie en aanwezigheid van belangrijke voorzieningen in de omgeving. Deze factoren moeten zoveel mogelijk geobjectiveerd worden.
Woonlasten en financiële draagkracht: Er moet een vergelijking gemaakt worden tussen de woonlasten in de oude en eventueel nieuwe woning. Alle woonlasten moeten daarin meegenomen worden. Het feit dat iemand van een koopwoning naar een huurwoning moet verhuizen mag geen belemmering zijn. Inkomsten uit de opbrengst van de koopwoning kunnen immers ook weer worden ingezet voor woonlasten. Verder kan een rol spelen dat iemand emotioneel erg gehecht is aan de woning en zelf al veel aanpassingen heeft gedaan. Ook de verkoopbaarheid van de woning kan een rol spelen. Beoordeeld zal ook moeten worden of er een redelijke prijs voor de woning wordt gevraagd en of er als gevolg van een restschuld geen financiële problemen ontstaan.
Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte. Bekeken moet worden wat de kosten voor een aanpassing zijn en wat de kosten voor een verhuizing zijn.
Mogelijke gebruiksduur van de aanpassing. Daarbij speelt de leeftijd van de bewoner een rol maar ook de vraag of, bij het verlaten van de woning, deze weer beschikbaar kan worden gesteld aan een persoon met beperkingen.
**4..** Wanneer een verhuizing geschikt is
Als het college het primaat van verhuizen toepast, ontvangt de cliënt eenmalig een vast geldbedrag, een verhuiskostenvergoeding, bedoeld voor de kosten van verhuizing en inrichting. De huidige woning van de cliënt wordt dan niet aangepast. De vergoeding voor de verhuizing wordt gebaseerd op marktonderzoek en de vergoeding voor herinrichting op de Nibud-normen voor stoffering (met een maximaal bedrag van € 2.674,50).
**5..** Cliënt wil niet verhuizen
Het college kan aan de hand van het medisch advies tot de conclusie komen dat verhuizen de meest compenserende oplossing is en om deze redenen besluiten het aanpassen van de huidige woning niet te vergoeden. Als alle factoren in de overweging zijn meegenomen en het college beslist dat verhuizen de goedkoopste compenserende voorziening is, dan is dat de voorziening die wordt verleend. Door het primaat bij verhuizen op te leggen heeft het college juridisch gezien een handvat om de cliënt geen voorziening voor het aanpassen van de huidige woning te verstrekken als deze niet wenst te verhuizen. Indien een cliënt niet wil verhuizen, kan het college niet worden verweten dat er niet aan de compensatieplicht wordt voldaan. Het college heeft immers een compenserende voorziening aangeboden, die echter niet door de cliënt geaccepteerd is.
**6..** Verhuizen van een geschikte naar een niet geschikte woning
Als iemand verhuist naar een woning die niet passend is voor zijn of haar situatie, en daarna ondersteuning vraagt om de daardoor ontstane problemen op te lossen, kan het college die hulp weigeren. Wanneer iemand echter verhuist van een passende naar een niet-passende woning zonder toestemming van het college, betekent dat niet dat ondersteuning voor altijd kan worden uitgesloten.
**7..** Beoordelen offertes
Voor de beoordeling van de offertes kan gebruik gemaakt worden van een (externe) bouwkundige.
De volgende kosten kunnen in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening woningaanpassing:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 3% van de aanneemsom met een minimumbedrag van € 500,00;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
De door het College (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van (her)aansluiting op een openbare nutsvoorziening;
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, alsmede de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de ondersteuning behoevende, beiden gezamenlijk tot een maximum van 5% van de kosten onder 1 t/m 9 met een maximumbedrag van € 500, –.
Bij een seniorenwoning en woon-zorgcomplex is de verhuurder in beginsel verantwoordelijk. De verhuurder dient eerst contact op te zoeken met de verhuurder alvorens contact wordt gezocht met het college. Het college verstrekt enkel voorzieningen die in de seniorenwoning of woon-zorgcomplex niet standaard aanwezig horen te zijn.
**8..** Maximale kosten woningaanpassing
Voor het geschikt maken van de woning geldt een beleidsmatige bovengrens van € 15.000, – voor woonvoorzieningen en -aanpassingen. Wanneer de geraamde kosten deze bovengrens overschrijden, onderzoekt het college naar het opleggen van het primaat van verhuizen.
Ook bij lagere kosten kan het college dit onderzoek doen, indien er aanwijzingen zijn dat een verhuizing door de cliënt een beter of structureler resultaat oplevert.
De bovengrens is bedoeld als oriëntatiepunt voor doelmatigheid en laat onverlet dat het college in alle gevallen een individuele afweging maakt om tot een passende compensatie te komen.
Een woning wordt alleen aangepast als verhuizen naar een geschikte woning niet mogelijk of niet de goedkoopst compenserende oplossing is. In het geval van een woonvoorziening kan dit ook een verhuiskostenvergoeding in het kader van het primaat van verhuizen zijn. Het primaat van verhuizen houdt in dat het college een cliënt vraagt te verhuizen naar een geschikte woning in plaats van de huidige woning aan te passen.
Als het college het primaat van verhuizen toepast, ontvangt de cliënt eenmalig een vast geldbedrag, een verhuiskostenvergoeding, bedoeld voor de kosten van verhuizing en inrichting. De huidige woning van de cliënt wordt dan niet aangepast. De vergoeding voor de verhuizing wordt gebaseerd op marktonderzoek en de vergoeding voor herinrichting op de Nibud-normen voor stoffering met een maximaal bedrag van € 2.674,50.
Bij aanpassingskosten hoger dan € 15.000,00 wordt geen woningaanpassing uitgevoerd, maar geldt het primaat tot verhuizen, tenzij er individuele omstandigheden te noemen zijn waardoor verhuizen geen adequate oplossing is. Hierbij kan rekening worden gehouden met:
De aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen;
De aanwezigheid en beschikbaarheid van informele zorg;
Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen;
Volkshuisvestelijke afwegingen;
Snelheid waarmee het woonprobleem opgelost kan worden;
Sociale omstandigheden;
Integrale afweging verschillende voorzieningen;
Werksituatie;
Woonlastenconsequenties;
Wooncomfort;
Is de cliënt huurder of eigenaar van de woning;
De wil van de cliënt om te verhuizen.
**9..** Terugbetaling Woningaanpassing
De woningeigenaar kan, bij verkoop binnen 10 jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden, verplicht worden tot terugbetaling van de woonvoorziening, verminderd met 10% per jaar en exclusief de kosten die voor rekening van de eigenaar van de woonruimte gekomen zijn, indien de kosten van die voorziening een bedrag van € 5.000,00 te boven gaat. Hierbij wordt gedurende 10 jaar onderstaand afschrijvingsschema toegepast:
1e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 10%
2e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 20%
3e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 30%
4e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 40%
5e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 50%
6e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 60%
7e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 70%
8e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 80%
9e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 90%
10e jaar afschrijving 10%; totale afschrijving 100%
**10..** Mantelzorgwoning
Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de cliënt had voorafgaand aan de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enzovoorts. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. Het college kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige vergunningen op het gebied van ruimtelijke ordening.
De uitgangspunten zoals hierboven beschreven sluiten aan bij de Beleidsregel Bijwonen met zelfstandige voorziening Geldrop-Mierlo 2026, die in het eerste kwartaal van 2026 wordt vastgesteld. Hierin worden nadere kaders gegeven voor het realiseren van zelfstandige woonvoorzieningen in het kader van mantelzorg.
**11..** Uitvoering woonvoorzieningen
Een aanpassing kan pas worden uitgevoerd nadat de cliënt een beschikking heeft ontvangen. Indien een voorziening, nadat de werkzaamheden zijn aangevangen of voltooid, wordt aangevraagd kan dat tot de conclusie leiden dat de cliënt zijn eigen verantwoordelijkheid heeft genomen en zelf zijn probleem heeft kunnen oplossen, zodat ondersteuning niet nodig is.
Voor onderhoud, keuring en reparatie van verstrekte woonvoorzieningen kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt, zolang de voorziening noodzakelijk is en aan de overige criteria wordt voldaan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4.2.
Woningaanpassing
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2026 gemeente Geldrop-Mierlo