Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.6.

Beoordeling bij Jeugdwet

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2026 gemeente Geldrop-Mierlo

Om te bepalen of het college jeugdmaatwerkvoorziening verleent, volgt het college de volgende stappen: Het college stelt de hulpvraag vast. Het college onderzoekt of het college verantwoordelijk is (woonplaatsbeginsel). Het college onderzoekt of de Jeugdwet van toepassing is. Het college brengt in kaart wat de beperkingen/problematiek is van de jeugdige. Is er sprake van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen? En als daar sprake van is, maak concreet om welke problemen en/of stoornissen het gaat Het college bepaalt welke hulp naar aard en omvang nodig is. Het college onderzoekt in hoeverre de eigen mogelijkheden van ouders en/of het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de hulp te bieden. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden? Het college onderzoekt of er aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening. Het college onderzoekt of er aanspraak bestaat op een algemene voorziening. Het college informeert de aanvrager over de mogelijkheid van het aanvragen van een persoonsgebonden budget. Indien aangevraagd: beoordeelt het college of aan de voorwaarden PGB voldaan wordt. Gedurende het hele beoordelingsproces van de aanvraag wordt de deskundigheid ingezet die nodig is. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zet het college die in. Het college stelt de cliënt op de hoogte van welke bijzondere deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.

Rechtspraak bij dit artikel