Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Locatie

Onderdeel van Algemene regels kamerschieten

1.. Het kamerschieten mag uitsluitend plaatsvinden op de locatie(s) zoals aangegeven in de melding. 2.. In de melding staat welke locatie(s) het betreft. Daarbij gaat het om minstens één van de in bijlage 3 aangegeven mogelijke locaties per dorp waar deze zijn uitgewerkt in situatietekeningen. 3.. Als de locatie incidenteel wordt gebruikt en daarom géén van de standaard vastgestelde uitgewerkte locaties betreft, dient voldaan te worden aan alle voorschriften uit artikel 9.7 van de Veiligheidsvoorschriften Kamerschieten. 4.. Conform de ‘Veiligheidsinstructie Kamerschieten’ is het niet toegestaan kamers op een verharde ondergrond te plaatsen. Indien de aangewezen locatie een verharde ondergrond heeft, moet de kamerschutter zorgen voor een tijdelijke, geschikte zachte ondergrond, zoals een dikke laag zand of losse aarde. 5.. De locatie waarvandaan kamers worden geschoten, moet schoon worden gehouden en dient na afloop in schone staat te worden achtergelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel